Nivellering in Nederland is al decennia afgenomen en de ongelijkheid in inkomen en vermogen is groter dan ooit.

Foto: SP Arnhem
In tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd is de nivellering de laatste decennia afgenomen in plaats van toegenomen. De ongelijkheid in inkomen en vermogen is de afgelopen decennia namelijk niet kleiner geworden, maar juist gegroeid. De cijfers, die onlangs aan minister Lodewijk Asscher werden aangeboden, zijn duidelijk. Het is aan de politiek er iets aan te veranderen, schrijft Wiemer Salverda, hoogleraar arbeidsmarkt en ongelijkheid aan de UvA.






 De VVD heeft het 'gehad' met nivelleren. De partij vindt ons land blijkbaar een paradijs van gelijkheid, terwijl de inkomens- en vermogensongelijkheid groter is dan ooit. Die ongelijkheid groeit structureel.

De tien procent huishoudens met de hoogste inkomens ('de topinkomens') ontvangt 33 procent van alle inkomens uit arbeid, onderneming en vermogen (marktinkomens), dat was 28 procent in 1977. Van het totale vermogen is 61 procent in handen van de tien procent met de grootste vermogens ('de topvermogens'), tegen 58 procent in 2006.

Sinds 1977 is de koopkracht van marktinkomens in de topinkomens dertig procent gegroeid; in de overige negentig procent was de groei gemiddeld nihil. Dat is natuurlijk niet het hele verhaal, want marktinkomens worden herverdeeld door middel van uitkeringen en belastingen. Deze herverdeling is echter een kopje kleiner gemaakt. Uitkeringen zijn verlaagd of afgeschaft en belastingtarieven verlaagd. Sinds de jaren tachtig halveerde het totaal aan uitkeringen als percentage van het bruto binnenlands product.

Ongelijkheid
Volgens gegevens van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling is het effect van herverdeling op de ongelijkheid in ons land nu het kleinst van alle vijftien 'oude' EU-landen. Daarnaast werden huishoudens kleiner, omdat er minder kinderen zijn en veel meer alleenstaanden. Ze kunnen met hetzelfde inkomen meer doen. Het 'gestandaardiseerde' inkomen houdt daar rekening mee door te corrigeren voor de omvang en samenstelling van het huishouden. Maar huishoudens met hogere inkomens zijn gemiddeld kleiner geworden en profiteren meer van die verdunning.

Na herverdeling en standaardisering groeide de koopkracht van de topinkomens daarom nog sterker, terwijl de koopkracht voor de laagste tien procent afnam. Zo groeide de ongelijkheid tussen topinkomens en de tien procent met de laagste inkomens meer dan zestig procent. Kijk voor de rest van het artikel op Parool.nl.

Rubriek: politiek

Geen opmerkingen: