Martina Rosenberg: "Moeder wanneer ga je nu eens dood". Een confronterend relaas van het gevaar van overbelasting van mantelzorgers.

Volgens de Nederlandse regering moeten kinderen in de toekomst hun hulpbehoevende ouders verzorgen. Wat voor verwoestende gevolgen dat kan hebben beschrijft Martina Rosenberg in het boek "Moeder wanneer ga je nu eens dood". Het boek gaat over de intens zware belasting van de langdurige zorg voor dementerende en zieke ouders en de dagelijkse confrontatie met langdurig lijden. De titel lijkt onbarmhartig, maar na 10 jaar zorg was dit het enige dat de schrijfster nog kon wensen. Allereerst voor haar moeder en ook om zelf te overleven.








Martina Rosenberg trok met man en kind in bij haar ouders, in de hoop dat iedereen elkaar van dienst kon zijn. Grootouders passen op het kleinkind, de kinderen doen af en toe een boodschap voor de ouders. Maar dan begint Rosenbergs moeder langzaam te dementeren en krijgt haar vader ook nog een hersenbloeding en wordt ook hij een zware belasting. Dat betekent dat de dochter stap voor stap de organisatie van en de verantwoording voor het leven van haar ouders op zich moet gaan nemen. Ze probeert wanhopig te voldoen aan alles wat er van haar wordt verwacht, en faalt, tot ze, na negen jaar, nog maar één ding denkt: Moeder, wanneer ga je nu eens dood. Dit eerlijke verslag verwoordt de ergernis, de angst en het schuldgevoel van iedereen die ongewild de verzorger van zijn ouders wordt. Waar ligt de grens van wat je aan `moet kunnen?

Het boek was een bestseller in Duitsland en zal met de huidige bezuinigingen in de zorg de aankomende jaren ook heel herkenbaar zijn voor Nederlandse mantelzorgers. Het boek beschrijft heel goed hoe je als mantelzorger langzaam wordt leeggezogen, vaak doordat het aftakelingsproces van zieke ouders vele jaren duurt. Stap voor stap lever je je eigen leven in en ben je alleen nog maar bezig met het regelen van het leven van de zorgbehoevende ouders. Het zijn vaak juist de dagelijkse terugkerende kleine belastingen en irritaties die soms jaren duren, die uiteindelijk de mantelzorger volkomen overbelast doen raken.

Veel mantelzorgers weten niet waar ze aan beginnen als ze de zorg voor ouders op zich nemen. Ze zijn vaak heel bereidwillig en soms duurt het proces van zorg ook maar een korte tijd. Dan is mantelzorg goed te doen. Als er echter twee ouders tegelijk langdurig hulpbehoevend worden en dementie een rol gaat spelen, wordt het loodzwaar voor de mantelzorger. Het is niet alleen de daadwerkelijke zorg die zwaar is, ook de enorme tijdrovende administratieve rompslomp kost veel tijd en energie. Daarbij is de continue confrontatie met ziekte, aftakeling en de naderende dood ook psychisch een zware belasting voor mantelzorgers. Het is heel verdrietig om ouders te zien aftakelen en te zien lijden en dit kan de geestelijke belasting van mantelzorgers ook te zwaar maken. Als de zorg lang duurt, wordt het steeds moeilijker om de zorg in je hoofd los te laten en zelf nog vreugde te voelen.

Zijn er meer broers en zussen, dan is het belangrijk om al van te voren duidelijke afspraken te maken over de eerlijke verdeling van de zorg. Vaak is degene die het dichtst bij de ouders in de buurt woont de klos en dat brengt het gevaar met zich mee dat deze mantelzorger overbelast raakt. Ook ouders moeten dit al regelen voordat ze hulpbehoevend worden. Dit wordt vaak nagelaten en op de lange baan geschoven, maar dit boek laat zien dat het van groot belang is om al in een vroeg stadium met ouders en kinderen goede afspraken te maken over hoe de zorg moet worden geregeld en verdeeld, mocht dit in de toekomst nodig zijn.

Rubriek: zorg

Geen opmerkingen: