Droge lucht geeft meer kans op besmetting met griep

De University of Illinois in Chicago testte in een laboratorium welke invloed vochtigheid heeft op het overbrengen van griepvirussen. In een afgesloten en gedesinfecteerde ziekenhuiskamer lieten ze een pop een vloeistof met virusdeeltjes verspreiden door deze vijf keer te laten 'hoesten'. Een pop die twee meter verderop zat, ademde juist lucht in. Vervolgens verzamelden ze monsters van de ingeademde lucht.
Gedurende deze experimenten werd de relatieve luchtvochtigheid telkens veranderd, van 7 tot maximaal 73 procent.


De onderzoekers ontdekten dat bij een relatieve luchtvochtigheid van 43 procent maar 14 procent van de losgelaten virusdeeltjes in staat was om griep over te brengen. Was de relatieve luchtvochtigheid laag (23 procent) dan bleef zo’n 70 tot 77 procent van de virusdeeltjes besmettelijk. Het beschermende effect van de hogere luchtvochtigheid werkte bovendien al snel. Binnen een kwartier na het hoesten was het grootste gedeelte van de virusdeeltjes al niet meer actief.

Het onderzoeksteam waarschuwt dat ze niet zeker weten of het verhogen van de luchtvochtigheid net zo goed werkt in normale woningen of ziekenhuizen als in het laboratorium. Bovendien is het tijdens het griepseizoen lastig om de luchtvochtigheid hoog te houden. In de winter, als de verwarming continu aan staat, is de lucht binnenshuis juist droger. De resultaten van het onderzoek verschenen in PLOS One.

Rubriek: gezondheid

Geen opmerkingen: